Johan Deters

Een schilder kiest er niet voor om een schilder te worden, maar wel om er veel beter in te worden. Een stijl van de schilder is niet alleen aanwezig in de handen die werken maar ook in de ogen die zien. De schilder drukt de visuele essentie van het waargenomene uit, de zogenaamde deformaties of weglatingen dienen om het wezen van de vorm te accentueren.

Johan Deters brengt op beheerste en subtiele wijze figuren in beeld die zich van geen enkele waarneming van buiten bewust zijn. Ze bevinden zich in overgave aan de oneindigheid van het moment en worden één met hun omgeving. Ze verschijnen in de intimiteit van een ruimte met de objectiviteit van een landschap. Het is alsof in deze ultieme rust en ontspannenheid er een noodzaak zich opdringt om deze idylle voor altijd zo te bewaren. De tijdloosheid van de figuren ontstaat vooral in de wijze waarop hij ze plaatst in die ruimte.

Dankzij het lichaam is de ruimte ons gegeven en kunnen wij ons daarvan een abstract begrip vormen. We leven in een tijd waarin de wereld meer vergiftigd is dan we ons kunnen voorstellen. En met dit besef wordt het duidelijk dat een verlangen naar zuiverheid, naar sereniteit hier door Johan kritisch wordt ingezet. Die stilte, die sensitiviteit en onbevangenheid vormen een waarde welke hij wil benadrukken.

In de Phaedrus zegt Plato dat ”.. De schoonheid in de dingen tot uiting komt via hun integriteit, eenvoud, roerloosheid en geluk. Zij zijn op hun beurt inherent aan die verschijningen die -door de inwijding aan onze ogen worden geopenbaard -in een zuiver en schitterend licht.” Het is alsof Johan dit besef van schoonheid wil verbinden met de ervaring van intimiteit en nabijheid.

-J.P.K Persoon